Het Luipaard



© Williams Photography (www.williams-photography.net)Het luipaard (of panter, dat is hetzelfde) is een van de succesvolste katten. Loeisterk, superlenig, bloedmooi, hondsbrutaal. Een allrounder: goed in alles. Zelfs in luieren. Hij heeft het dan ook ver gebracht. Van Zuid-Afrika tot Wladiwostok, het uiterste puntje van Oost-Rusland. In gortdroge woestijnen en kletsnatte regenwouden. Zelfs komt hij voor in buitenwijken van steden. Luipaarden stellen weinig eisen. Ze willen vooral voldoende prooidieren en een gebied waar ze zich kunnen verstoppen. De luipaarden die in koudere berggebieden leven hebben een dikkere vacht. De exemplaren uit regenwouden zijn meestal wat donkerder van kleur. Zelfs volledig zwarte luipaarden (meestal ‘zwarte panter’ genoemd) zijn daar niet zeldzaam. Een luipaard gaat vooral ’s nachts op jacht. Dat kan hij dankzij zijn uitstekende gehoor en zijn vermogen ook bij weinig licht goed te zien. Ze vangen niet alleen grote dieren. Bij een onderzoek werden maar liefst 92 verschillende soorten prooidieren geteld. Tot mestkevers toe. Wel is het zo dat sommige luipaarden zich toeleggen op één soort prooi. Volwassen luipaarden zijn sterk en sluw. Maar ze zijn niet bestand tegen geweren.

Speciaal: Hij sleept prooien tot twee keer zijn eigen gewicht hoog de boom in om te voorkomen dat leeuwen en hyena’s ermee vandoor gaan.

gewicht: 40 tot 90 kilo
lengte (kop-kont): 0,95 tot 1,50 meter
staart: 60 tot 95 centimeter
aantal jongen per worp: 2 tot 3
levensduur: tot 12 jaar (in gevangenschap 20 jaar)
prooidieren: van mestkever tot eland-antilope
leefgebied: grootste deel Afrika, heel Zuid-, Zuidoost- en Oost-Azië

Bron WNF